Piet Hein Eek - De Fabriek
Genomineerd door Joost Grootens:
Piet Hein Eek
voor De Fabriek

Ik nomineer ontwerper en cultureel ondernemer Piet Hein Eek voor zijn transformatie van een oud fabriekscomplex tot zijn nieuwe productielocatie, showroom en ontmoetingsplek: De Fabriek. Het complex bevestigd dat gedreven cultureel ondernemerschap een belangrijk fundament is voor de economische vernieuwing van de 21ste eeuw.

Zijn vermogen om het ontwerpproces vanaf het prilste productidee tot en met de feitelijke ontmoeting tussen product en gebruiker te regisseren én van een context te voorzien, geeft Piet Hein Eek een unieke positie in Nederland. Zijn werkwijze is pragmatisch en zonder dogma, veelzijdig en uitnodigend voor velen.

Recent verhuisde Piet Hein Eek zijn bedrijf naar een voormalige lampenfabriek van Philips, nabij het in herontwikkeling verkerende gebied Strijp in Eindhoven. Binnen ruim een jaar transformeerde hij de plek tot een onderkomen voor studio en werkplaats van Eek & Ruijgrok BV, met tevens plaats voor een restaurant, een levendig geprogrammeerde galerie, een permanente showroom voor zijn producten én een buitenruimte met culturele evenementen. Het bedrijf biedt werk aan ongeveer vijftig full-time medewerkers en tientallen tijdelijke personeelsleden. Net als in de hoogtijdagen van de oorspronkelijke lampenproductie, is de fabriek voor de bewoners van de omliggende woonwijken een centrale voorziening. Ooit kwamen ze er massaal werken; nu vinden ze er ontspanning, verrassingen.

Vanaf de introductie van zijn sloophouten kast waarmee hij zijn studie afsloot, heeft Piet Hein Eek een bijdrage geleverd aan de opleving van het Nederlandse meubel- en productontwerp. Het lag niet in zijn aard om daarbij het spoor van velen te volgen. Al bij de eindexamenshow had Eek zes exemplaren van de kast gereed staan. Eén kast had hij vooraf als cadeau bestemd, de andere vijf konden onmiddellijk in de verkoop. Wat ook gebeurde. Ontwerp, materialisatie, productie, prijsstelling, verkoop, investering, marketing: het complete pakket werd bijeengehouden door het pragmatische credo van een ontwerper die zich niet – zoals veel generatiegenoten – achter concepten wilde verschuilen. Eek wilde maken, niet mystificeren. Hij wilde een bedrijf, geen ideeënfabriek.

Met deze opstelling is wellicht zijn enorme productiviteit verklaard. Waar Dutch Design veelal wordt geassocieerd met de nauwgezet uitgedokterde concepten van ontwerpers die zich weinig gelegen lieten liggen aan de feitelijke productontwikkeling of commercie, bewandelde Piet Hein Eek een ander pad. Naast de ontelbare meubelontwerpen gaat het om theaterdecors, winkelinrichtingen, tijdelijke en meer permanente architectuur, schoolinterieurs, kleine gebruiksvoorwerpen etc. Allemaal in eigen werkplaats gemaakt of voorbereid. Hoewel er beslist kwaliteitsverschillen zijn tussen de vele ontwerpen, lijkt dat aspect haast onbetekenend. Het product is veel meer dan alleen het geslaagde idee in een geslaagde uitvoering.

Juist met de verdere uitbouw van het fabriekscomplex in Eindhoven laat Piet Hein Eek de essentie van zijn ontwerperschap zien. Zijn bedrijf is zo gestructureerd en bezet (met andere woorden: ontworpen), dat hij steeds meer tijd aan het feitelijk ontwerpen kan besteden. Tot die activiteiten rekent hij uitdrukkelijk ook de programmering van het gebouw waarin zijn onderneming woont en ademt. Hij toont er het werk van Atelier Van Lieshout, zorgt voor een tussenstop van De Parade. De Fabriek biedt een open omgeving die van heinde en verre – maar ook van om de hoek – mensen aantrekt om er tentoon te stellen, te kijken, te eten of te koken, te schaven of te strelen, te kopen of te peinzen. De fabriek is voorlopig Eeks ultieme ontwerp.